Antidepressiva

Antidepressiva

SSRI’s (selectieve serotonineheropnameremmers) zijn de meest voorgeschreven antidepressiva wereldwijd. Ze worden gebruikt bij depressie, angststoornissen, OCD, PTSS, en soms bij chronische pijn of slaapproblemen.

Hieronder een overzicht van de algemene voor- en nadelen van SSRI’s.


Voordelen van SSRI’s

1. Effectief bij depressie en angst

Bij ongeveer 60–70% van de mensen werkt een SSRI goed tegen depressieve symptomen.

Ook effectief bij:

Angststoornissen (paniekstoornis, sociale angst, gegeneraliseerde angststoornis)

Obsessief-compulsieve stoornis (OCD)

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

Premenstruele stemmingsstoornis (PMDD)

2. Relatief veilig

SSRI’s hebben een gunstig bijwerkingenprofiel vergeleken met oudere antidepressiva (zoals tricyclische antidepressiva of MAO-remmers).

Weinig risico op overdosis, wat belangrijk is bij suïcidale gedachten.

3. Weinig verslavingspotentieel

Geen verslavende werking zoals bij benzodiazepines of opioïden.

Kunnen op lange termijn veilig gebruikt worden, onder begeleiding.

4. Verbeterde levenskwaliteit

Voor mensen met ernstige of chronische depressie kunnen SSRI’s een sleutelrol spelen in herstel, functioneren en relaties.
Dan kan het van grote waarde zijn om het nemen van SSRI’s te overwegen.


Nadelen van SSRI’s

 

1. Bijwerkingen, vooral in het begin

Vaak tijdelijk, maar vervelend. Meest voorkomende zijn:

Misselijkheid, diarree

Hoofdpijn

Slapeloosheid of sufheid

Zweten

Seksuele disfunctie (verminderd libido, moeilijk klaarkomen)

Gewichtstoename (bij langdurig gebruik)

2. Emotionele afvlakking

Sommige mensen voelen zich minder emotioneel betrokken: minder angst of verdriet, maar ook minder plezier of enthousiasme.

3. Vertraagde werking

Het duurt meestal 2 tot 6 weken voor het effect merkbaar is.

Bijwerkingen kunnen eerder optreden dan de voordelen.

4. Onttrekkingsverschijnselen bij stoppen

Vooral bij kortwerkende SSRI’s zoals paroxetine en sertraline.

Symptomen kunnen zijn: duizeligheid, prikkelbaarheid, brain zaps, angst, slapeloosheid.

Langzaam afbouwen is cruciaal.
Dat betekent dus ook, dat wanneer je een “jaar” aan SSRI’s gaat, dat je anderhalf tot twee jaar bezig bent.

5. Serotoninesyndroom (zelden)

Een zeldzame maar ernstige complicatie bij gebruik van meerdere serotonerge middelen tegelijk.

Symptomen: verwarring, koorts, spierstijfheid, hoge hartslag.

6. Effect verschilt per persoon

Niet iedereen reageert goed. Soms is een andere SSRI of antidepressivum nodig.

Bij mensen met milde depressie kan het effect beperkt zijn (en soms vergelijkbaar met placebo).


Wanneer zijn SSRI’s meestal wel of geen goed idee?

Wél aangewezen bij:

Matige tot ernstige depressie

Angststoornissen die het dagelijks functioneren verstoren

OCD of PTSS met veel impact

Terugkerende depressieve episodes

Minder of niet zinvol bij:

Lichte of tijdelijke stemmingsproblemen

Depressie als reactie op levensomstandigheden zonder andere klachten

Als eerste keuze bij alleen slaapproblemen of vage lichamelijke klachten


Antidepressiva kunnen ook invloed hebben op het microbioom — de verzameling van micro-organismen (zoals bacteriën) in onze darmen.

Omdat het onderzoek hiernaar flink in ontwikkeling is, zijn er inmiddels verschillende aanwijzingen dat antidepressiva het darmmicrobioom kunnen veranderen
en dat deze veranderingen mogelijk ook effect hebben op stemming en mentale gezondheid.
Dit kan als gevolg hebben, dat iemand zich ongewenst anders gaat voelen, of verandert van gewicht.

Hier zijn de belangrijkste bevindingen tot nu toe:


1. Directe invloed op bacteriën

Sommige antidepressiva hebben antimicrobiële eigenschappen.
Dat betekent dat ze bepaalde bacteriën kunnen doden of hun groei kunnen remmen. B

ijvoorbeeld:

SSRIs (zoals fluoxetine, sertraline) hebben in laboratoriumstudies laten zien dat ze de groei van bepaalde darmbacteriën kunnen remmen.

Tricyclische antidepressiva (zoals amitriptyline) hebben ook een antimicrobieel effect.

Hierdoor kan het evenwicht van het microbioom veranderen, wat op zijn beurt invloed kan hebben op darmgezondheid en ontstekingsniveaus.


2. Verandering in samenstelling van het microbioom

Bij mensen en dieren die antidepressiva gebruiken, zijn verschillen waargenomen in de diversiteit en samenstelling van hun darmmicrobioom. Zo zijn er:

Verminderingen in gunstige bacteriesoorten (zoals Lactobacillus en Bifidobacterium).

Toename van potentieel schadelijke bacteriën of verstoring van het evenwicht tussen soorten.


3. Effect op de darm-hersen-as

De darm en hersenen communiceren via de zogeheten darm-hersen-as, onder andere via:

Zenuwsignalen (bijvoorbeeld via de nervus vagus)

Hormonen en neurotransmitters (zoals serotonine)

Immuunsysteem

Het microbioom speelt hierbij een belangrijke rol.
Veranderingen in het microbioom door antidepressiva kunnen daarom indirect ook de werking van het zenuwstelsel beïnvloeden.


4. Terugkoppeling: microbioom beïnvloedt ook antidepressiva

Niet alleen beïnvloeden antidepressiva het microbioom — het microbioom kan ook de werking en effectiviteit van antidepressiva beïnvloeden. Bijvoorbeeld:

Bepaalde darmbacteriën kunnen antidepressiva afbreken of veranderen voordat ze in de bloedbaan terechtkomen.

Een verstoord microbioom is in verband gebracht met verminderde respons op antidepressieve behandeling.


Samenvattend:

Antidepressiva:

Kunnen het microbioom veranderen.

Hebben antimicrobiële effecten op bepaalde darmbacteriën.

Kunnen via het microbioom invloed hebben op stemming en hersenfunctie.

Worden mogelijk anders verwerkt afhankelijk van iemands microbioom.


Als je wilt, kunnen we samen kijken hoe snel we dit weer kunnen herstellen.
Of misschien voordat je aan de antidepressiva gaat, eerst je maaf-darmfunctie repareren!?

 

Maak dan een afspraak door te bellen naar 06 527 663 85, of te mailen naar info@radiusgym.nl.

Corantijn 25D
1689AN
Zwaag



WhatsApp chat